Toetsontwikkeling

Nederlands - begrijpend lezen (secundair onderwijs)
Wiskunde (secundair onderwijs)

Secundair onderwijs: Nederlands - begrijpend lezen (Schoolfeedbackproject)

Elke toets bestaat uit een aantal teksten, elk met meerdere opgaven. De initiële selectie van leesteksten en de ontwikkeling van opgaven gebeurde door een team aan de Universiteit Antwerpen (Stef De Wachter, Jurgen Moons, Tom Venstermans en Katrien Verelst) o.l.v. Rita Rymenans. Die fase vertrok van een analyse van de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen, resulterend in een toetsmatrijs. Op basis van die toetsmatrijs werden teksten verzameld en opgaven bedacht. De inschatting van de moeilijkheidsgraad gebeurde op basis van twee criteria: het publiek waarvoor de tekst bedoeld is en het verwerkingsniveau dat de opgave van de leerling vergt. Teksten voor een onbekend publiek worden geacht moeilijker te zijn dan teksten die specifiek naar een persoon toe geschreven zijn. Drie verwerkingsniveaus werden onderscheiden. Opgaven die zich op het beschrijvende niveau situeren, vragen de leerlingen informatie uit de tekst op te halen. Opgaven van het structurerende niveau vragen de leerlingen informatie uit de tekst op een persoonlijke en overzichtelijke wijze te ordenen. Van het niveau beoordelend ten slotte zijn die opgaven waarbij de leerling op basis van een persoonlijke ordening van de informatie, een eigen mening dient te geven of informatie of verschillende bronnen op een beoordelende wijze dient te vergelijken. Rekening houdend met de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen werden diverse tekstsoorten verzameld. In de toetsen komen zowel informatieve teksten, instructies, schema’s als fictionele teksten aan de orde. Op basis van proefafnames bij ruim 6000 leerlingen, uitgevoerd door het SFP‐team aan de KU Leuven, werden voor elke opgave twee IRT‐parameters geschat (de 'locatie' of moeilijkheidsgraad en het onderscheidend vermogen van het item). Op basis van die parameters en rekening houdend met de aard van de teksten werd de reeks toetsen NL 0.11 tot NL 4.31 samengesteld. Die toetsen werden gebruikt in een semi‐longitudinaal onderzoek waarin twee cohortes van nog eens elk ruim 6000 leerlingen gedurende 2 jaar gevolgd werden, respectievelijk van begin tot einde 1ste graad en van begin tot einde 2de graad.
 

Secundair onderwijs: wiskunde (Schoolfeedbackproject)

Voor wiskunde werden een reeks algemene toetsen WI 0.11 tot WI 4.61 ontwikkeld. Daarnaast werden ook toetsen ontwikkeld die inzoomen op een bepaald onderdeel (subdomein) van wiskunde. Ook voor de toetsen die de subdomeinen belichten werden verschillende versies ontwikkeld, rekening houdend met de verschillende eisen in de diverse leerplannen. Zij zullen later beschikbaar zijn. Afhankelijk van het leerjaar en het leerplan gaat het om:

  • getallenleer (GL)
  • meetkunde (MK)
  • metend rekenen (MR)
  • data- en informatieverwerking (DA)
  • algebra (AL)
  • reële functies (RF)
  • statistiek (STA)

De opgaven werden ontwikkeld door drie gedetacheerde leraren wiskunde (eerste graad: Nele Goethals en Daniel Jacques, 2de graad: Patrick Tydtgat) die daarvoor vertrokken van een analyse van de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen, van de leerplannen en de meest gebruikte handboeken. De ontwikkeling van de meetschalen gebeurde door het SFP-team aan de KU Leuven en volgde dezelfde methodiek als bij Nederlands - begrijpend lezen. Eerst werden de opgaven aan groepjes van 500 leerlingen voorgelegd (proefafnames bij in totaal ruim 6000 leerlingen). Op basis van die data werden voor elke opgave twee IRT-parameters geschat. Op basis van die parameters en (voor de algemene toetsen) rekening houdend met de vereiste verdeling qua subdomein werden de definitieve toetsen samengesteld. Die werden vervolgens gebruikt in een semi-longitudinaal onderzoek waarin twee cohortes van nog eens elk ruim 6000 leerlingen gedurende 2 jaar gevolgd werden, respectievelijk van begin tot einde 1ste graad en van begin tot einde 2de graad.